Peter de Jong, Het nieuwe werken = samenwerken.


PREZI

Symposium Jeugdzorg2.0 Limburg.

Peter de Jong over samenwerking.

  1. Jeugdzorg2.0 staat niet alleen voor computers en social media.

Jeugdzorg2.0 gaat vooral om mensen. Kinderen, ouders, hulpverleners en heel veel verschillende disciplines. Maar ook net zoveel methodes, werkvormen en ideeën.  En dat is ook goed.  Hoe meer verschillen hoe meer mogelijkheden!

2.       Op deze middag wil ik aandacht vragen voor de samenwerking in de hulpverlening.  Samenwerking in de hulpverlening is de sleutel tot succes.  Dat is wat we aan kinderen en  ouders leren, maar dat geldt ook voor ons als hulpverleners.

3.       Bij Jeugdzorg2.0 staan de drie V’s hoog in het Vaandel.

De V’s die staan voor  Vakmanschap, Verbinden en Vertrouwen.  Daar hebben we in principe geen computers of social media voor nodig, al helpen die wel mee.  Vakmanschap kan groeien in een omgeving waar mensen zich met elkaar verbinden en die elkaar vertrouwen.

4.       We bestaan uit een veelvoud van  hulpverleners organisaties.

Bij het organiseren van het symposium kwam ik namen tegen van organisaties die ik nog niet kende. Er ontstaan nieuwe samenwerkingsverbanden, vaak tussen de medewerkers op de werkvloeren,  soms vindt er  ergens een fusie plaats of verandert er een naam.  Maar de jeugdhulpverlening groeit en verandert continue.

5.       Jeugdhulpverlening  doe je  niet alleen.

Eén gezin, één hulpverlener is onzin,
Eén gezin één plan is een goed idee,
Maar één, gezin één dossier wordt de toekomst.
Maar dat vraagt om durf, afstemming en organisatie. Niet  zozeer in protocollen,  maar in flexibiliteit en  in de wil om in zo een werkwijze te investeren.

6.      Eén gezin één hulpverlener is onzin.

Er zijn altijd meer mensen bij een kind  betrokken dan je in eerste instantie verwacht.

Een kind heeft familie, buren, gaat  naar school, naar vriendjes, komt bij de dokter, zit op een club.  Al deze mensen kunnen te maken krijgen met zorgen rondom een kind. Gevraagd of ongevraagd. Iedereen kan ook iets betekenen voor een kind of gezin en een helpende hand toesteken.  Veel mensen zijn daartoe bereid en deze kinderen of gezinnen komen niet bij de hulpverlening terecht. En dat is maar goed ook.

Wat het casemanagement betreft, dat is of wordt een taak van ouders en/of jongeren. Als ze dat nog niet kunnen, dan hebben ze de hulp en de tools nodig, waarmee zij dat kunnen leren.
Maar ook hulpverleners werken niet alleen. Ze kunnen van baan wisselen of ziek worden. Bovendien hebben zij ook niet alle competenties in huis en zij zullen dus samenwerking moeten zoeken. Met mensen in en rondom het gezin, of met andere professionals.
7.    Eén gezin één plan is een goed idee.

Als er een complex probleem is en je vraagt aan tien mensen wat er aan de hand is en hoe het aangepakt moet worden, krijg je vaak 10 verschillende antwoorden.  Heel begrijpelijk, want iedereen bekijkt de situatie vanuit zijn eigen context.
Als hulpverleners hebben we geleerd dat we behandelplannen moeten maken.  Bij een aanmelding nemen we de visie en de doelen mee van de verwijzers, we gaan met de hulpvrager en verwijzer in gesprek, maar er wordt van ons verwacht dat we onze eigen diagnose maken en een aanpak gaan organiseren.
We overleggen in onze  teams en raadplegen onze gedragswetenschappers.  We mailen en we bellen en als het nodig is zitten we bij elkaar, liefst met de hulpvragers er bij. Afstemmen noemen we dat.

Het komt regelmatig voor dat gezinnen met meerdere hulpverleners te maken hebben, vanwege een veelheid aan problemen. Als voorbeeld noem ik even, financiële problemen, verstandelijke beperking, verslaving, opvoedproblemen, schoolverzuim en ruzie met de buurt.  Er zijn dan heel wat verschillende teams actief.

Hoe zetten we dat in 1 Plan?

En wie gaat dat doen?
8.     Eén gezin één dossier… dat wordt de toekomst.

De hulpvrager is de eigenaar van het probleem. Waarom zal hij dan niet de eigenaar zijn van zijn dossier, en daar het beheer over krijgen. Eventueel met hulp.

Even kort door de bocht.
Nu rapporteren hulpverleners nog  steeds voor hun eigen organisatie, ze maken hun eigen hulpverleningsplan schrijven hun evaluaties en plaatsen deze in hun eigen (digitale) dossier. Ze drukken enkele exemplaren af en overhandigen deze ter goedkeuring aan klant en ketenpartner.

Hoe zou de situatie er uitzien als de hulpvrager en alle hulpverleners zouden gaan samenwerken in één dossier. Daarmee zou de hulpvrager de regie terugkrijgen over zijn eigen problemen. Overzicht krijgen en verantwoordelijkheid voor een goede samenwerking. Hij krijgt daarmee de regie over zijn veranderingsproces.

9.    Samenwerking in één dossier. Dat zou betekenen dat de digitale muren wegvallen.

De hulpvrager houdt toezicht op zijn dossier, zonodig met hulp.
Hij kan zelf informatie aan het dossier toevoegen.
Hij kan beslissen wie toegang krijgt tot bepaalde informatie.
Hij kan doelen afspreken en vastleggen in zijn dossier.
Er kan informatie worden toegevoegd. Zoals diagnostiek.
Er is direct overzicht over wie er allemaal bij een gezin betrokken is en waarom.
Hulpverlener en hulpvrager kunnen een overzicht maken van hulpbronnen in het eigen sociale netwerk.

De software is hiervoor al beschikbaar en iedere dag komt daar weer nieuwe bij. Vandaag zijn er hier mensen aanwezig die hier heel veel over kunnen vertellen.

De techniek ligt al voor het oprapen.

10.   en als we verder ontmuren….

Samenwerking is cruciaal in de hulpverlening. Niet alleen in de eigen organisatie maar ook daar buiten.  Waar de samenwerking goed is, loopt de hulpverlening op rolletjes.
Tot op heden werken we vooral vanuit ons eigen kantoor, behalve als het moet, dan zoeken we elkaar op.

Het nieuwe werken staat voor onze deur. Sommigen zijn er aan begonnen, anderen kijken het nog even aan, maar we kunnen nu thuis in onze piama rapporteren. Of bij onze klanten thuis, want ook daar werkt onze laptop. Maar dan natuurlijk niet in piama.

We kunnen dus overal werken waar we willen. Dus ook bij collega’s van andere organisaties. Hier liggen kansen!

Maar hoeveel organisaties staan er al klaar om werknemers van een ander, een tijdelijke werkplek te geven. Bij wie kan ik al inloggen met wifi, staat de koffie klaar en is er een werkplek beschikbaar en kan ik eventueel met een collega of gedragswetenschapper overleggen?

11.   Hulpverleners  kunnen veel van elkaar leren.

Dat is goed zichtbaar in menig kantoor waar hulpverleners bij elkaar zitten en nauw met elkaar samenwerken, dezelfde kantine en werkruimte met elkaar delen. Bereid zijn om moeilijke casuïstiek met elkaar te bespreken, elkaar te steunen, en elkaar gevraagd en ongevraagd kritiek durven geven.
Waarvoor zouden we onze ervaring en kennis alleen delen met collega´s van ons eigen bureau.

12.   Nieuwe inzichten komen van buiten.  

We hoeven maar uit het raam te kijken en voor we het weten zien we nieuwe dingen gebeuren.  We volgen opleidingen en  cursussen, workshops, lezen boeken, kranten, twitter en facebook en we zijn blij als er iemand met een nieuwtje voorbij komt.
Als we collega’s van andere organisaties op bezoek hebben gaan we informatie uitwisselen. Hoe doen jullie dit, hoe kijken jullie daar tegen aan. Ze verrijken ons direct en gratis met kennis en ervaring. We worden er allemaal beter van!
13.   Focus op samenwerking.

Mensen die elkaar regelmatig ontmoeten, elkaar leren kennen, overleggen, samen koffie drinken en een boterham eten. Die krijgen een band met elkaar, want ze zijn ook een beetje meer verantwoordelijk voor elkaar. Je maakt samen je werkruimte leefbaar en dat komt de samenwerking ten goede.
14.   Delen van kennis en ervaring.

We zouden kunnen beginnen om praktijkbegeleiding of intervisie te organiseren samen met collega’s van andere organisaties. Hierdoor krijg je veel meer inzicht in elkaars werk, maar ook in de pijnpunten, en in  elkaars grenzen en mogelijkheden. En hierdoor heb je veel meer collega’s om van te leren en wordt je blikveld direct verbreed.

15.  Flexibele werkplekken.

Ga zitten waar je team zit. Je team zijn  niet alleen de mensen uit je kantoor, maar ook de mensen waarmee je een taak vervuld. We werken met heel veel mensen samen met heel veel organisaties. Het is daarom handig als je op veel plaatsen kunt neerstrijken en aan de slag kunt. Van thuis zitten wordt je niet slimmer. Het kan wel helpen om even ongestoord je rapport af te maken of telefoongesprekken te voeren. Maar werken tussen collega’s vergroot je sociale omgeving.

En het scheelt ook veel kilometers. Zowel voor de werker als voor de klant.

16.  Voorbeelden van slimme  samenwerking.

www.Seats2meet.com
Een groeiende en gastvrije organisatie waar zzp’ers kunnen werken en zich met elkaar verbinden. Het aantal locaties groeit enorm en zij bieden werk- en vergaderruimtes  aan ondernemers voor een dagdeel of een hele dag.  Je kunt er binnen lopen en de koffie is klaar. Het is een werk- en ontmoetingspunt voor enthousiaste vrijdenkende ondernemers. Er is een voorwaarde. Deelnemers moeten bereid zijn om informatie en kennis met elkaar te delen.  Het feit dat het er altijd druk is  zegt genoeg. En het delen van kennis brengt een stroom van nieuwe ontwikkelingen op gang.

17.  Hulpverleners als ondernemers.

Hulpverleners mogen best wat ondernemender worden.  We zijn gewend te werken vanuit een organisatie en die organisatie bepaald in hoge mate wat we doen. Maar de samenleving verandert in hoog  tempo. Organisaties zouden er goed  aan doen om hun hulpverleners te stimuleren om actief mee te gaan in deze ontwikkelingen.  Je aanpassen aan veranderingen in de buurt of wijk, vragen vanuit onderwijs, arbeidsomstandigheden, politiek.

Eén gezin één dossier is transparant, geeft hulpzoekers de regie, maar ook verantwoordelijkheid voor zichzelf en de hulpverlening. Het werken op verschillende locaties vergroot de feeling met onze werk- en leefomgeving. Deze manier van werken past bij de behoeften van deze tijd. We hoeven het alleen maar te gaan doen!

%d bloggers op de volgende wijze: